Bouwen aan de toekomst.
Deze maand viert Verlaat Uden Bouwsystemen haar 50-jarig jubileum met bescheiden bijeenkomsten op 24 november, voor opdrachtgevers, relaties en medewerkers. Algemeen directeur Patrick Eisma is trots. Niet alleen geeft hij sinds twee jaar leiding aan een bedrijf met een rijke historie, ook is hij blij met het feit dat Verlaat er goed voor staat. Dit ondanks de crisis die vooral de bouwsector heeft getroffen. Eisma benadrukt: "Natuurlijk doe ik dit niet alleen. Het fundament ligt in meer dan 50 jaar liefde voor het vak. Bouwen zit in onze genen. We hebben onze sporen verdiend in met name scholenbouw, maar zijn inmiddels uitgegroeid tot een dienstverlener in het onderwijs, de zorg, het bedrijfsleven en de industrie. Met onze integrale benadering willen we onze opdrachtgevers maar vooral de eindgebruikers een goede, gezonde en duurzame leefomgeving bieden. Wij blijven bouwen aan de toekomst".
Een stukje geschiedenis
Het begint allemaal in 1910 wanneer T. van 't Verlaat in Hardinxveld een timmerwinkel annex wijn- en likeurwinkel start. Met succes. Door de voortdurende expansie wordt de leiding overgenomen door de 2 zonen Arie en Jan van 't Verlaat, de drankenwinkel wordt afgestoten. In 1960 wordt onder leiding van Jan van 't Verlaat een tweede fabriek gebouwd in Uden. De firma krijgt de naam "Verlaat's Houtbouw" en richt zicht in eerste instantie op elementenproductie voor Verlaat’s Hardinxveld.
In 1972 worden de fabrieken in Hardinxveld en Uden definitief van elkaar gescheiden en gaan separaat de markt bewerken. De fabriek in Uden gaat verder onder de naam "Verlaat's Systeembouw Uden B.V." en Jan van ’t Verlaat wordt directeur van deze vestiging.
Daarnaast richt Verlaat een tweede bedrijf op: "Mobiel Unit bouw", waarvan de activiteiten zich voornamelijk op unitbouw richten.
In 1975 worden deze aandelen echter verkocht en gaat Verlaat zich meer richten op de permanente systeembouw. In 1998 verandert de naam in Verlaat Uden Bouwsystemen.
Verlaat nu
Verlaat Uden Bouwsystemen heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een veelzijdige partner in bouwprojecten, zowel nationaal als internationaal. Met zo’n ca 100 directe medewerkers realiseert het bedrijf diverse projecten voor met name onderwijs, zorg en industrie. Recente projecten zijn o.a. De Kleine Kapitein aan de Kop van Java Amsterdam, Rode Kruis Ziekenhuis te Beverwijk, Johan Cruijf College te Roosendaal.
Unieke samenwerking bouw en onderwijs beklonken
Op initiatief van Servicecentrum Scholenbouw vierden PO-raad en de brancheverenigingen uit de bouw op 10 november 2009 dat zij elkaar hebben gevonden. Onder de naam Partnership Scholenbouw zetten deze partijen zich in voor betere onderwijshuisvesting. Deelnemers aan het Partnership zijn de PO-raad, brancheverenigingen (te weten: Bond van Nederlandse Architecten, NLingenieurs, UNETO-VNI, Bouwend Nederland, Aannemersfederatie Nederland, Systeembouwend Nederland) en Servicecentrum Scholenbouw.
Elco Brinkman uitte namens Bouwend Nederland de betrokkenheid en het enthousiasme om de schouders te zetten onder verbetering in scholenbouw.
De noodzaak voor betere onderwijshuisvesting is groot. Van de anderhalf miljoen leerlingen in het basisonderwijs zit 80% in schoolgebouwen met een slecht binnenklimaat, blijkt uit onderzoek van Rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol. Zij doet de aanbeveling om opdrachtgeverschap voor scholenbouw te verbeteren en te ondersteunen. Het Partnership Scholenbouw gaat het komende jaar kennis en ervaring uit twintig scholenbouwprojecten bundelen. Hieruit komen publicaties en presentaties waarmee schoolbesturen en gemeenten goed worden geïnformeerd over het realiseren van een gezond, functioneel en toekomstbestendig schoolgebouw.
Het is hoog tijd om onderwijshuisvesting aan te pakken, benadrukte van der Pol op de bijeenkomst in Nieuwspoort op 10 november. “Dat het kabinet €100 miljoen heeft vrijgemaakt voor het binnenklimaat en betere energieprestaties van basisscholen juich ik zeer toe. Ik wil graag benadrukken dat voor het realiseren van werkelijk structurele verbeteringen meer stappen noodzakelijk zijn.”

Symbolische ondertekening van het convenant door Louk Heijnders, directeur SCS.

Liesbeth van der Pol in gesprek met Elco Brinkman.

De aanwezigen luisteren naar de speech van Louk Heijnders.
Prefab- en systeembouw hebben in ieder geval een toekomst en misschien wel dé toekomst.
Via het USP Bouwpanel is binnen diverse marktpartijen de vraag voorgelegd in welke mate de komende vijf jaar een toenemend gebruik van prefab- en systeembouw een rol gaat spelen. Van de geënquêteerde marktpartijen (100 Klussenbedrijven, 55 architecten, 73 aannemers B&U, 100 afbouwers, 58 installateurs en 50 aannemers GWW) zien met name klussenbedrijven en architecten een (zeer) belangrijke rol voor dit thema weggelegd in de komende vijf jaar.
Industrieel, Flexibel en Demontabel Bouwen, kortweg IFD Bouwen, verwijst naar een initiatief van het ministerie van VROM en het ministerie van Economische Zaken uit 1998 om innovatie in de bouwwereld te stimuleren. Stimulans zou onder andere moeten komen vanuit de subsidieregeling waarvoor projecten in aanmerking kunnen komen als ze op alle drie de aspecten voldoen aan de eisen van IFD Bouwen. Op dit moment is een volledig IFD-project nog uitzondering. Toch is er een trend binnen de bouwwereld naar meer systeembouw; in ieder geval als het aan het oordeel van klussenbedrijven en architecten ligt.
Dit zijn twee van de totaal zes marktpartijen (met totaal 436 geslaagde enquêtes) die in het tweede kwartaal van dit jaar de vraag 'In welke mate gaat de komende vijf jaar een toename van prefab en systeembouw een rol spelen?' voorgelegd kregen. Binnen elke marktpartij is een aanzienlijke groep (variërend van 31% bij de aannemers GWW tot 56% bij de klussenbedrijven) die prefab en systeembouw een (zeer) belangrijke rol toekennen in de toekomst.
©2005 USP Marketing Consultancy
Systeembouw en in het bijzonder IFD Bouwen beïnvloedt alle marktpartijen. In de ontwerpfase is er het spanningsveld tussen standaardisatie en de wensen van de opdrachtgever: dit doet een groot beroep op de creativiteit en daarmee op de door de overheid gewenste innovatie. Het daadwerkelijke bouwproces wordt ondersteboven gegooid. Een bijzonder groot deel van de activiteiten vindt plaats in de fabriek; richtlijn voor IFD Bouwen is dat meer dan 80% van het systeem in de fabriek geproduceerd moet worden. Waar installateurs en afbouwers bij traditionele bouw vrijwel al hun werkzaamheden op de uiteindelijke locatie uitvoeren, is dat bij systeembouw meer en meer in een fabrieklocatie. De activiteiten op de uiteindelijke locatie zijn dus minimaal. Bovendien worden met het industriële karakter ervan veel activiteiten gestandaardiseerd en waar mogelijk geautomatiseerd.
Kortom, systeembouw vraagt om ingrijpende veranderingen en aanpassingen van het traditionele bouwproces en innovatie is hierbij zonder meer onontbeerlijk. De eisen die systeembouw aan de verschillende marktpartijen stelt, maakt dat niet iedereen uitkijkt naar een toename van deze bouwvorm. Maar ongeacht of de marktpartijen deze ontwikkeling wenselijk achten: ze zien allen voor de komende vijf jaar een (belangrijke) rol weggelegd voor de systeembouw. Of systeembouw een aparte 'tak van sport' blijft of dat verschillende bouwvormen meer en meer integreren, zal de toekomst uitwijzen.
Ed Nijpels geeft startsein Kenniscentrum Systeembouwend Nederlanden pleit bij minister van EZ voor stimulering van de bouwsector.
Arnhem, 29 januari 2009
In Nieuwspoort gaf Drs. E.H.T.M. (Ed) Nijpels gisteren als voorzitter van ONRI, de brancheorganisatie van Nederlandse advies- management- en ingenieursbureaus, het startsein voor het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland. Een initiatief van De Groot Vroomshoop Bouwsystemen, Hodes Bouwsystemen en Verlaat Uden Bouwsystemen dat het NVTB, Nederlands Verbond Toelevering Bouw, ondersteunt.
Na het startsein volgden twee lezingen over innovatie in de bouw in relatie tot systeembouw door Ir. P.C. (Piet) van Staalduinen, algemeen directeur van Syntens en Prof. Dr. Ir. J.J.N. (Jos) Lichtenberg. Nijpels benutte de gelegenheid met een verslag van het gesprek dat hij tevoren had met de minister van Economische zaken over stimulering van de bouw in deze barre tijd.
Bouw is katalysator voor de economie: stimulans is noodzaakVol vuur van het gesprek met de minister van EZ waarbij ook Gerard van Egerschot, adviseur van het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland, aan tafel zat met de gezamenlijke voorzitters uit bouw en infrastructuur, deelt Nijpels meteen zijn mening over het belang van stimulering van de bouwsector met de aanwezige bouwers, architecten en adviseurs. In sneltreinvaart passeren cijfers de revue: de bijdrage van de bouwsector aan de Nederlandse economie en werkgelegenheid is 60%, de bouw levert 620.000 banen exclusief de indirecte werkgelegenheid. De verkoop van huizen daalt spectaculair – 30 % in bestaande bouw en evenveel in nieuwbouw - en de bouw heeft nog maar voor 7 maanden werk in voorraad. Wat te doen? Van de huidige kapitaalinjecties van minister Bos in andere sectoren lekt 40% weg naar het buitenland. Dat weglekeffect is in de bouw minimaal; een kapitaalinjectie draagt onmiddellijk bij aan het bruto nationaal product en stimuleert de werkgelegenheid direct. Het is hoog tijd voor die steun. Nederland blijft achter bij de landen om ons heen die al wel actie ondernemen en de bouw stimuleren.
Systeembouw beperkt faalkosten, is schoon en duurzaam: Nijpels: ‘De bouwsector kan nog veel verbeteren. Versnippering van taken en verantwoordelijkheden en miscommunicatie zorgen voor hoge faalkosten, 10 –
25 % notabene, dat pikt geen enkele industrie - en ontevreden klanten. Systeembouw kan die verbetering leveren. Dat heb ik ervaren als minister van VROM. Systeembouw is een integraal bouwproces, samenwerking is daarin essentieel en ingebouwd in het proces. Systeembouw is schoon, vermindert het afval waaraan de bouw 35% bijdraagt. Vermindert ook het aantal vervoersbewegingen van het bedrijfsleven waarvan de bouw 50% uitmaakt. Systeembouw is flexibel, innovatief, en duurzaam. Ingenieursbureaus hebben baat bij de integrale benadering van systeembouw, want zij zijn hierbij beter in staat hun doel te bereiken: samenwerking in het bouwproces bewaken, risico verminderen en het belang van de eindgebruiker in het oog houden. ”
Nijpels: stop de kapitaalvernietiging in de utiliteitsbouw met systeembouw: Nijpels gaat door: “Het is een enorme kapitaalvernietiging dat we in Nederland panden gemiddeld na 35 jaar afbreken terwijl ze 100 jaar meegaan (TNO). Dat kunnen we ons niet blijven veroorloven. De oorzaak is dat gebouwen niet aanpasbaar zijn aan nieuwe gebruiksbestemmingen of ARBO-eisen. Systeembouw kan die levensduur verlengen. En de kosten? Bekijk aanbestedingen op life cycle basis dan is het voordeel van systeembouw zichtbaar. De bouwtijd is kort, kijk ook naar het voordeel in rentewinst, weinig overlast op de bouwplaats en snelle ingebruikname. Nu nog zorgen voor een flexibele oplossing voor de leidingen. Er is een leemte in kennis die het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland kan opvullen. De voordelen van systeembouw moeten worden uitgedragen, inclusief de mogelijkheid van architectonische oplossingen van formaat. Die architectonische mogelijkheden zijn nog te onbekend. Een belangrijke taak waarmee het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland wezenlijk bijdraagt aan duurzame en geschikte gebouwen voor nu en voor de komende generaties.” Hierna start Nijpels de website
www.systeembouwendnederland.nl met een klap op de grote rode knop.

Van Staalduinen: samenwerken en systeemdenken essentieel voor innovatie in de bouw
Als directeur van Syntens, innovatienetwerk voor Ondernemers, heeft Van Staalduinen goed zicht op de ontwikkelingen in de bouw. Hij stelt dat er een enorm potentieel aan vernieuwing ligt, gegeven het feit dat 90% van de bouwondernemingen tot het midden- en kleinbedrijf behoort. Zeer professionele bedrijven die allen een deel in de bouwketen leveren en ieder voor zich innoveren. Van architecten en adviesbureaus tot aannemers en toeleveranciers, onderhoudsbedrijven. Het is moeilijk door die rijk geschakeerde keten heen te vernieuwen. Samenwerken en systeemdenken in de keten is noodzaak om meer innovatie te bereiken met als resultaat meer toegevoegde waarde voor MKB-bedrijven en voor de maatschappij. Ook constateert hij dat de opdrachtgevers en eindgebruikers nog onvoldoende sturende invloed hebben. Van Staalduinen: “De bouw is nog sterk project georiënteerd, met per project bedachte samenwerkingsverbanden. Het aanbod is nog teveel gericht op maatwerk, waarbij de kosten niet overeenstemmen met de kwaliteit. De bouw is gebaat bij ambitieuze opdrachtgevers die hun investeringen door een vernieuwde aanpak beter kunnen laten renderen. Opdrachtgevers kijken helaas teveel naar stichtingskosten, niet naar exploitatiekosten en toekomstige gebruiksmogelijkheden. Een life cycle benadering is essentieel, maar dan moet er wel een serieuze optie voor zijn.”
Kenniscentrum speelt in op behoefte aan vernieuwing en beter imago systeembouw: Van Staalduinen vervolgt: “Er is latente vraag naar energiezuinige, gezonde, hoogwaardige en flexibele gebouwen, wijken met een aanpasbaar woningbestand. Goede integratie van systemen biedt oplossingen. MKB-ondernemingen moeten ook in aanbod, marketing en communicatie innoveren en daar hoort een positieve kleuring van systeembouw bij. Het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland biedt een oplossing voor alle genoemde uitdagingen. De initiatiefnemers hebben met systeemaanpak een deel van de bouwketen geïntegreerd en geprofessionaliseerd. Ze maken ook werk van samenwerking met partners in de keten en van serieuze communicatie met opdrachtgevers en eindgebruikers. Een felicitatie waard.”
Slim bouwen voor kwaliteit, milieubewustzijn en kostenbesparing Jos lichtenberg windt er geen doekjes om. Hij kan geen reden bedenken waarom je niet voor systeembouw zou kiezen en onderbouwt die stelling met cijfers en bouwtekeningen. De bouw is inefficiënt met 10% faalkosten, 40% effectieve tijdbesteding, enorm veel bouwafval en overdadig materiaal en volumegebruik. Wat dat laatste betreft is de spaghetti van leidingen, weggestopt in beton of elders een volumevreter en kostenpost bij verbouwingen waarvoor hij slimme oplossingen toont. Noodzakelijke oplossingen, want om de 4-5 jaar wordt ieder pand veranderd. Systeembouw levert exploitatievoordeel, waardebehoud en flexibiliteit. De kwaliteit is hoger, zeker gezien de levenscyclus, de kwaliteit in architectuur is hoog en systeembouw levert forse kostenbesparingen door de efficiëntie van het proces met korte bouwtijd en minder faalkosten.
Interactieve bibliotheek, discussieplatform en ronde tafel gesprekken
Wat gaat het Kenniscentrum systeembouwend Nederland doen? Marius van Esch, voorzitter van Kenniscentrum Systeembouwend Nederland, legde het tijdens zijn welkomstwoord uit:
“Het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland beoogt een platform te zijn voor kennisontwikkeling door ideeën te ontwikkelen en ervaringen uit te wisselen met de deelnemers in het bouwproces. Om te beginnen is er een interactieve website met een toegankelijke bibliotheek over systeembouw, met door deskundigen opgestelde rapporten en een discussieplatform. Op de site staat ook een overzicht van gerealiseerde projecten - kijk eens naar de architectonische mogelijkheden - en referenties van deskundigen. Daarnaast gaat het Kenniscentrum Systeembouwend Nederland het land in. Er worden binnenkort in diverse plaatsen ronde tafel gesprekken georganiseerd voor alle mogelijke opdrachtgevers. Daarmee krijgt de genoemde platformfunctie verdieping in de regio´s.”

Opening wisselschool Overvecht
Wethouder Rinda den Besten opende op 24 februari jl. om 8.30 uur de wisselschool Stroyenborchdreef in Overvecht. Deze wisselschool, die door Verlaat Uden Bouwsystemen is gebouwd, doet dienst als tijdelijke huisvesting voor scholen in het kader van de renovatie en vernieuwing van bijna alle schoolgebouwen in de Utrechtse wijk Overvecht. Als een school in Overvecht wordt gerenoveerd of een nieuwe huisvesting krijgt, dan moet het oude schoolgebouw eerst worden gesloopt. In de periode tussen sloop en nieuwbouw maakt de betreffende school dan gebruik van de wisselschool.
Veel schoolgebouwen in Utrecht - dus ook in de wijk Overvecht - zijn bouwkundig verouderd. Er is in de komende jaren veel onderhoud, renovatie en nieuwbouw nodig. De gemeente Utrecht en de Utrechtse schoolbesturen hebben een Masterplan Onderwijs opgesteld voor de renovatie of vernieuwing van alle Utrechtse schoolgebouwen in het primair en (voortgezet) speciaal onderwijs om in de toekomst adequate onderwijsvoorzieningen te garanderen voor kinderen tot 12 jaar. In het collegeprogramma 'Utrecht voor elkaar' is hiervoor een aanzienlijk budget gereserveerd.
Voor gestart kon worden met de sloop van het eerste oude schoolgebouw moest worden voorzien in een wisselschool voor de tijdelijke huisvesting van scholen voor de periode van sloop tot oplevering van de nieuwbouw. Business Development Manager Carlo Kops van Verlaat Uden Bouwsystemen, ' De wisselschool blijft waarschijnlijk de komende vijftien jaar in gebruik, want het gaat om een omvangrijk vernieuwingsplan."
De eerste school die gebruikmaakt van de wisselschool is de christelijke basisschool De Schakel in het groene deel van de wijk Overvecht. De huidige gebouwen van deze school aan Bangkokdreef 4 en 235 worden gesloopt en er komt een nieuw schoolgebouw voor in de plaats. De Schakel maakt vermoedelijk tot de zomervakantie van 2010 gebruik van de wisselschool aan Stroyenborchdreef 2. In het schooljaar 2010/2011 zal een andere basisschool naar de wisselschool verhuizen.









